Streekmuseum De Locht

Vandaag is het een mooie zonnige dag. Anne en Jan hebben een afspraak voor een uitstapje gemaakt. Jan zou Anne om 11 uur komen afhalen. Het is nu 11.15 en Jan is er nog steeds niet.
Twee ruiters draven op hun paarden langs Anne en laten sporen van de paardenhoeven in het rulle zand achter. Anne kijkt net weer op haar horloge als Jan komt aanrennen en haar toewuift. Hij houdt wat in de hand en roept opgewonden: ”Dit heb ik net gevonden. Dat brengt geluk!” ”Een hoefijzer, dat hebben vast en zeker de paarden verloren, die net voorbij draafden,” zegt Anne.

 

Jan bekijkt het hoefijzer een beetje nauwkeuriger. ”Hoe wordt zo’n ijzeren schoen eigenlijk aan een paardenhoef bevestigd?” ”Heb je nog nooit een hoefsmid aan het werk gezien?” vraagt Anne ongelovig. ”Nee, nog nooit,” antwoordt Jan. ”Dan heb je geluk, want ik weet waar je een hoefsmid bij zijn werk kan bekijken. En niet alleen een hoefsmid, maar ook een bakker, een schoenmaker een zadelmaker, een kleermaker, een hoedenmaker en zelfs een ’folterkapper’”. ”Mijn haar is toch net geknipt, ik moet niet meer naar een ’folterkapper’. zegt Jan. ”Kom maar mee,” antwoordt Anne. ”Waar gaan we dan heen?” vraagt Jan. ”Naar de 19e eeuw,” roept Anne vrolijk.

Wit goud
Het museum de Locht is een grote boerderij, omgeven door meerdere gebouwen. Wanneer de bezoekers door de ingang van de boerderij naar binnen gaan, kunnen ze beleven, hoe het leven in het verleden was. Jan is verwonderd en zegt: ”Kijk eens Anne hoe de keuken er uit ziet en zie je die oude foto’s aan de muur?” ”Ik geloof, dat mijn oma ook nog zulke oude foto’s in haar fotoalbum heeft,” zegt Anne. 

 

”Wat hebben ze hier vroeger gekookt?” wil Jan ook nog weten. ”Aardappelen met wit goud,” antwoordt Anne. ”Goud kun je toch niet eten,” zegt Jan. ”Misschien wil je mij nog wijsmaken, dat ik me met een hoefijzer krullen in het haar kan maken,” Jan zegt het een beetje boos. ”Hier bevindt zich zelfs wit goud, dat in het Guinessboek genoteerd staat.” antwoord Anne ”Goud bewaart men toch in een safe,” zegt Jan ongelovig. ”Dit goud niet en het is meer dan 3 meter lang.” ”Ach je wil mij voor de gek houden,” kreunt Jan. ”Waar zullen we op wedden?” Anne is zeker, dat ze de weddenschap wint. Jan haalt zijn schouders op, hij is radeloos en zegt: ”Bedenk maar wat leuks!”

Over het erf is het geluid van harde slagen op metaal te horen. Het is de smid. Jan en Anne lopen langs de groentetuin en gaan de smederij binnen. Meerdere mannen werken hier. Een vuur verwarmt de ruimte. Met grote tangen grijpen de mannen het metaal uit de vlammen en leggen het op een metalen aambeeld. Een oude man bewerkt een hoefijzer.

 

Terwijl Anne de afbeeldingen aan de muur bekijkt, fluistert Jan met de smid: ”Kunt u mij vertellen of hier goud ligt met een lengte van 3 meter? Ik heb een weddenschap afgesloten.” De smid kijkt Jan vragend aan: ”Hoezo goud?” ”Ja, ja!” knikt Jan, ”wit goud en heel lang.” ”Ach je bedoelt onze reuzenasperge. Die hangt in het gebouw hier tegenover in het aspergemuseum. De mensen leefden vroeger van de aspergeteelt. Daarom noemde men asperges wit goud.”
Nu begrijpt Jan alles. ”Anne heeft me aardig voor de gek gehouden, wacht maar af!” denkt hij.
”En wat is jouw inzet van de weddenschap?” vraagt de smid. ”Ik moet nog wat verzinnen,” antwoordt Jan. ”Geef jouw vriendin toch een ring cadeau. Een hele bijzondere ring,” grinnikt de smid en fluistert Jan iets in zijn oor.
Hoewel Jan een beetje ongeduldig is, bezoeken de kinderen nog de zadelmakerij, de koolpers en de turfexpositie in de schaapsstal.

 

Jan moet steeds aan de bijzondere ring denken. In de grote schuur met oude landbouwmachines doet hij Anne een voorstel. ”Wanneer ik de weddenschap verlies, krijg jij van mij een ring cadeau. Neem je dat aan?” Anne zet een blij gezicht op en zegt: ”Vanzelfsprekend neem ik dat aan.” De kinderen betreden het champignonmuseum. Hier ziet men alle soorten van paddenstoelen en veel informatie over het verbouwen daarvan. Paardenmest en stro is de bouwgrond voor de teelt. ”Anne, hier is de ring, die ik jouw cadeau wil geven.” Anne kan bij al die paddenstoelen geen ring ontdekken. ”Waar is de ring dan?” vraagt zij. ”Een paddenstoel ontwikkelt in een nacht tijd een net van wortels in de bodem,” verklaart Jan.

 

”’s Morgens groeien er paddenstoelen in de vorm van een ring uit de grond. Zo’n paddenstoelenring wil ik jou geven. Eigenlijk noemt men zo’n ring ’heksenkring’.” Anne geeft Jan een duw met haar elleboog. ”Je hebt me aardig voor de gek gehouden,” zegt ze. ”Jij mij ook,” lacht Jan. ”Dat goud is een asperge met een lengte van 3 meter en hangt in de bovenste verdieping van het aspergemuseum.” ”Wie heeft jou dat verteld?” wil Anne weten. ”Dat is mijn geheim,” zegt Jan. ”Weet je wat we gaan doen, voordat we de langste asperge van de wereld gaan bekijken? We gaan eerst een hapje eten,” stelt Anne voor. ”Dat is een prima idee,” vindt Jan. ”Het beste is asperges met champignonsalade.”

Museum De Locht,
Nationalmuseum für Spargel-
und Champignonzucht
Koppertweg 5
NL-5962 AL Horst-Melderslo
www.museumdelocht.nl