Neanderthal Museum

Jan geeft Anne een duwtje en wijst op een oudere man met een schaamdoek om. De man ziet er vriendelijk uit, hij leunt op zijn speer, en hij heeft lange grijze haren. Opvallend zijn de dikke neus en het terugwijkende voorhoofd. Hij kijkt een beetje ondeugend. ’Neanderthaler’ staat er op het bordje. ”Dat is toch vanzelfsprekend, we zijn immers in het Neanderthal Museum,” zegt Anne. ”Hier kan men heel veel uit het ’Stenen Tijdperk’ ervaren. Hoe was eigenlijk het leven in de steentijd?” 

 

Anne draait zich om en zegt: ”Zo’n leren rokje zou ik ook wel willen hebben.” ”Ik wil een grote speer, daarmee jaag ik op olifanten,” roept Jan. ”Dat is onzin olifanten leven in Afrika,” zegt Anne. ”En in het in Neanderthal,” zegt een stem, ”dat waren echter mammoeten.” Naast Anne en Jan staat een jongetje.
”Ik ben Kawiuk. Die man met de schaamdoek om, was mijn opa. 150 Jaar geleden werden zijn botten in een grot in het Neandertal gevonden. Meneer Fuhlrott heeft ze uitgegraven en direkt gemerkt, dat ze heel oud waren. Na veel onderzoekingen ontdekte men, dat opa tot een ander mensensoort behoorde. Men noemde deze mensen Neanderthaler.”
Nieuwsgierig bekijken Jan en Anne Kawiuk. Hij heeft een krachtig figuur, zijn handen zijn sterk en hebben opvallende eeltknobbels. ”Dat komt van het hout verzamelen,” verklaart Kawiuk.
”Kun je ons meer over jouw leven vertellen?” vraagt Anne. ”Ja graag, kom vanavond maar langs. Ik maak dan een kampvuur zoals wij dat in het Stenen Tijdperk deden.”

 

Langzaam wordt het donker. Jan en Anne zijn erg nieuwsgierig. Dan zien ze uit de verte een vuurtje flakkeren. Kawiuk zit voor het vuur en legt er droog gras op, Maar de vlammen gaan weer uit. Jan wil Kawiuk een luciferdoosje geven. ”Dat is aardig van je, maar wij Neanderthaler hebben zelf een vuuraansteker uitgevonden. De aansteker bestaat uit een tonderzwam, een zwavelsteen ook marcasiet genoemd en een vuursteen. Alsjeblieft hier is alles, probeer maar vuur te maken.”
”O, jeminee, hoe moet dat?” vraagt Jan.
Kawiak legt het uit: ”Sla de vuursteen zo lang op de marcasiet tot er vonken onstaan. Die vonken vang je dan met de tonderzwam op, totdat die begint te gloeien. Dan vlug een beetje stro er opleggen en dan onstaan uit de vonken vlammen.”
”Heb je dan ook stro?” vraagt Anne. ”Stro ligt in onze tent uit dierenhuiden.”
Anne kruipt vlug in de tent en haalt stro. ”Ik dacht altijd dat jullie in grotten leven,” zegt Anne. ”Natuurlijk wonen wij niet in grotten. In donkere grotten begraven wij onze doden en bij slecht weer fungeren die grotten als schuilplaats voor onze jagers.”

 

Jan slaat ijverig de marcasiet op de vuursteen, Kawiuk geeft hem ondersteuning met de tonderzwam. Na korte tijd knispert weldadig een warm kampvuur. ”Samen gaat het veel beter,” verklaart Kawiuk, ”Wij Neanderthalers moesten om te overleven heel goed samenwerken. Wij hadden elkaar hard nodig.
Opa ging mee op jacht zoals alle mannen. Ik mocht een keertje mee. Ik kan jullie vertellen, dat zo’n wisentjacht heel spannend was.
Ook daarna was er veel te doen. Wij moesten allemaal meehelpen de dieren te ontvellen en klein te hakken. Elk gedeelte van het dier werd verwerkt. Zelfs uit de kleinste botsplinters maakte mijn tante nog naainaalden. Na zo’n inspannende dag zaten wij ‘s avonds om het kampvuur en dronken thee, oma vertelde dan spannende verhalen over mammoeten. Mijn tante naaide dan onze kleding en tassen uit leer.”

 

”Ach zo’n leren tas zou ik ook wel willen hebben,” roept Anne. ”Die kun je toch zelf maken,” zegt Kawiuk, ”in de steentijdwerkplaats in het Neanderthal Museum kun je het zelf proberen.” ”Kun je daar ook speren, wapens en gereedschappen maken?” vraagt Jan. ”Dat is geen probleem,” antwoordt Kawiuk.
Jan en Anne besluiten daar vast en zeker heen te gaan.

Neanderthal Museum
Talstr. 300
40822 Mettmann

https://www.neanderthal.de/de/steinzeitgeburtstage.html

https://www.neanderthal.de/de/fuehrungen-fuer-kinder-familien.html