Museum Mens en jacht

”Hopla!” roept Anne verschrikt. ”Ik schrok me dood.” Jan zet van schrik een stap achteruit. Vlak voor hen springt een haas op uit het gras en rent met grote sprongen weg.
”Die had ik helemaal niet gezien,” zegt Anne. ”En ik ben er bijna opgetrapt,” zegt Jan. De kinderen wandelen langs akkers en velden en zijn op weg naar Brüggen. Een wandelaarster, die zag, dat de kinderen zo geschrokken waren, legt de kinderen uit, dat een haas bij gevaar zich in zijn nest heel klein maakt. Zijn nest is in een kuil in de grond.

 

De haas graaft geen hol zoals een konijntje. Als het gevaar te dicht bij komt, probeert de haas zich door de vlucht te redden. ”Zoals het net gebeurde,” zegt Anne.
”Misschien was het een hazenvrouwtje, dat jongen heeft,” zegt de vrouw. ”Een hazenmoeder zoogt haar kinderen maar een keer per dag in de avonduren.” ”Lieve help!” zegt Anne, ”dat is een slechte moeder.” ”Daardoor lokt ze zo min mogelijk vijanden aan,” legt de vrouw uit. ”Hazen hebben veel vijanden zoals: vossen, roofvogels, kraaien, maar ook loslopende honden en katten.”
”Bent u een jaagster of een natuurbeschermster?” vraagt Jan nieuwsgierig. ”Ja, ik ben allebei,” antwoordt de vrouw. ”Kom maar mee naar het jacht- en natuurkundemuseum. Daar kunnen jullie veel te weten komen over de inheemse dieren en over de jacht zoals deze vroeger ging en hoe het tegenwoordig wordt bedreven.”

 

Natuur in de burcht Brüggen
Jan en Anne vinden dat een goed idee. Als ze de burcht binnenkomen bewonderen ze eerst de nagebouwde biotopen van de inheemse dieren. In een omgeving van bomen, rotsen en weilanden zingen vogels, burlen herten, spelen jonge vossen voor hun hollen, brommen motorzagen.
”Kijk eens,” zegt Anne, ”daar steekt iemand zijn neus in vreemde zaken.” Ze wijst op een wildzwijn, dat zijn neus in een conservenblik steekt. ”De neus van het wildzwijn noemen wij wroetschijf,” legt de jaagster uit. ”Op zoek naar voedsel ploegen de wilde zwijnen ‘s nachts de bodem om.” ”O, dat is prima, dan hebben we geen schop meer nodig,” vindt Jan. ”Ik ben bang,” zegt de jaagster, ”dat je dan alles opnieuw moet beplanten. Daar groeit niets meer. De boeren kunnen daar over meepraten. Wilde zwijnen zijn soms heel schadelijk, omdat ze vaak een gedeelte van de oogst vernietigen. Dan moeten de jagers hun plicht doen. 

 

Omdat de wilde zwijnen bij ons geen natuurlijke vijanden meer hebben moeten de jagers er voor zorgen, dat ze zich niet eindeloos voortplanten. Het is niet makkelijk om op de intelligente wilde zwijnen te jagen. Wij moeten proberen slimmer te zijn als het wildzwijn.”
Jan’s maag knort, iedereen kan het horen. ”Voor mijn ogen zie ik een speenvarken aan het spit, net zoals bij Asterix en Obelix,” verontschuldigt Jan zich. Anne port hem in zijn ribben: ”Kom gedraag je!”

”Ik geloof, dat ik jullie maar eens op een maaltje met gebraden wildzwijn moet uitnodigen,” lacht de jaagster Jan blijft voor een foto staan van een boer en een jager in gesprek. Jan gniffelt: ”Waarschijnlijk vertellen ze elkaar flauwe moppen. Ken je deze mop? Twee jagers zitten op de wildkansel, daar zegt de een...” Anne verdraait haar ogen: ”Jan, dat is toch een foto van een boer en een jager. Hoe weet jij nou waar die twee over praten?” De jaagster vertelt, dat tijdens de hooioogst de jonge reeën in het gras liggen. 

 

Voordat het maaien begint gaan de jagers met jachthonden door de weilanden en brengen de jonge reeën in veiligheid. Want jagers hebben de plicht de dieren op het veld en in het bos te beschermen. Ook moeten ze er voor zorgen, dat ziektes zich niet uitbreiden. Dat jagers zoveel plichten hebben, dat wisten de kinderen niet.

Gevederde jagers van de nacht
”Hebben jullie er wel eens aan gedacht, dat niet alleen de mens een jager is? In de dierenwereld zijn er ook veel goede jagers. Hier in deze ruimte kun je twee van die jagers in actie zien. Een jager met veren, die veel trek heeft in een muis, en een jager met een gele vlek op zijn borst heeft zin in een eekhoorntje.” Jan en Anne bekijken alles heel geconcentreerd. ”Een vogel met een rode borst, een roodborstje ken ik, maar een geelborstje ken ik niet,” zegt Anne. Het dier met een geel borstje is een boommarter,” antwoordt de jaagster. 

 

Maar de gevederde jager moeten jullie zelf ontdekken,”
Dat laten zich de kinderen niet twee keer zeggen. Ze gaan op een grote ontdekkingsreis.

En wanneer jullie willen weten wie de gevederde jager is, kom dan naar Burcht Brüggen.

Museum Mensch und Jagd
Burgwall 4
41379 Brüggen
www.menschundjagd.de