Archeologisch Museum Haus Bürgel

De man zonder gezicht
Anne kijkt naar de lange hoektoren en naar het gebouw dat er achter staat. ”Jan, zo zag vroeger een romeinse vesting er uit.”
”Ja,” antwoordt Jan, ”van nu af aan moet je mij keizer Janus noemen.” ”O,o, grote keizer, leg mij dan maar uit, waarom midden in de uiterwaarden van de Rijn al sinds 2000 jaar een romeinse vesting ligt.” ”Tja, dat is zo. De Romeinen gingen hier op vakantie,” verklaart Jan. ”Hoe weet jij dat?” ”De man zonder gezicht heeft mij dat verteld.” Anne kijkt ongelovig. ”Kom mee je kunt met hem kennis maken.” 

 

Anne stapt met Jan het museum binnen. Voor hen staat een imposante soldaat. Hij draagt een schoudermantel, die met een broche over de schouders vastgemaakt is, om zijn pantserhemd is een riem gebonden, daaraan hangt zijn zwaard. Een schild en een lans beschermen zijn lichaam en de helm van metaal is onder zijn kin vastgebonden. De soldaat heeft geen gezicht.
”Vereerde keizer Janus,” spot Anne, ”dit model zonder ogen en mond heeft jou iets over de romeinse vesting verteld?”
”Jij hebt schijnbaar geen fantasie,” antwoordt Jan. ”Doe je ogen dicht en adem diep in, dan kun je wat beleven.” Anne sluit haar ogen en gaat op reis naar 2000 jaar geleden.

De romeinse Germaan
Op de keistenen hoort men paardengetrappel, Kinderen roepen,een hond blaft. In de romeinse vesting heerst grote drukte. Uit de stallen komt met grote stappen een sterke man.

 

Zonder dat Anne er om vraagt begint hij te vertellen. ”Jij ziet mij als een man zonder gezicht, dat komt omdat niemand mij meer kent, ook mijn naam weet niemand meer. In mijn tijd dienden veel mannen in het romeinse leger.”
”Sorry,” zegt Anne. ”Maar het is echt eigenaardig met iemand zonder gezicht te praten. Bent u een romeinse huursoldaat?”
”Nee, ik ben eigenlijk maar een hulpsoldaat, van beroep ben ik boer. Ik zorg met mijn kameraden voor de voedselvoorziening van de vesting. Wij oefenen akkerbouw uit, fokken vee en gaan op jacht. Eerlijk gezegd ben ik geen Romein maar een Germaan.”
”Maar de Germanen zijn toch vijanden van de Romeinen?” Anne begrijpt er niets van.
”Ja, dat is waar, maar veel Germanen zijn in het romeinse leger, omdat ze daar werk vinden. Wij verdienen dan romeins geld en als we lang genoeg dienst doen, dan gaan we met pensioen en krijgen het romeinse burgerrecht.” 

 

Anne kijkt verbaasd, ”dan wordt u toch nog een romeinse burger.” ”Ik word een romeinse Germaan of een germaanse Romein.”
De man glimlacht en plotseling ziet Anne een gezicht en een mond.
”Waarom werd deze vesting gebouwd?” vraagt ze. ”De vesting beveiligde de grens aan de Rijn. Wij leven hier met onze gezinnen,” antwoordt de Soldaat, en wijst op het gebouw.

Kinderspelletjes
”Mag ik jou mijn kinderen voorstellen?” De Soldaat roept: ”Frodewin. Irmhild...!” Een jongen en een meisje van Annes en Jans leeftijd komen aangelopen. Ze dragen een kledingstuk dat lijkt op een te groot T-shirt zonder mouwen. ”Dat is een tunika,” legt Irmhild uit. Irmhild vertelt, dat ze vandaag voor het eerst bij het molenspel van Frodewin heeft gewonnen. ”O, dan kunnen wij met elkaar spelen, want dat spel ken ik ook,” zegt Anne. ”Zijn de spelregels sinds 2000 jaar nog steeds hetzelfde?”

 

”We kunnen ook een rondje orca spelen,” stelt Frodewin voor. ”Natuurlijk,” antwoordt Anne: ”Als je me uitlegt hoe dat gaat.” ”Bij het orcaspel proberen wij noten op een bepaalde afstand in een aarden kruik te werpen. Degene die de meeste noten in de orca geworpen heeft is de winnaar.”
De man zonder gezicht knipoogt Anne vriendelijk toe. Anne merkt, dat de romeinse soldaat langzamerhand een gezicht krijgt.

Uitgelaten spelen de kinderen rondom de vesting.
Nadat Anne tweede geworden is bij het orcaspel, verklaart Irmhilde haar nog het botjesspel. De tijd vliegt voorbij. Anne voelt zich bijna als een romeinse Germaan. Welke naam zou zij vroeger hebben gehad? Misschien de voornaam Adelheid?
”Amicus est alter ego,” hoort Anne plotseling uit een andere wereld. Het is de stem van Jan. Anne doet haar ogen open. ”Amicus est alter ego,” zegt Jan nog een keer.

 

”Ben je mij vergeten?” Jan staat voor Anne en straalt over zijn hele gezicht. ”Wat heb je net gezegd, ik kon je niet verstaan?” Anne is nog een beetje in de war.
”Een vriend is een tweede ik,” heb ik gezegd. ”Het is latijn.”
Anne komt langzaam een beetje bij. ”Ik heb veel te vertellen uit de romeins-germaanse tijd. Daar zul je van staan te kijken. Maar eerst wil ik de man zonder gezicht voor de mooie dag op de vesting bedanken.”
Anne draait zich om naar de soldaat en geeft hem de hand. Ze bekijkt nog eens zijn gezicht. Hoe zou zijn neus er uitgezien hebben?

Archäologisches Museum Haus Bürgel
Monheim am Rhein-Baumberg
Urdenbacher Weg
www.hausbuergel.de